Skip to main content

UN NUMMER
0322

VERPAKKINGSGROEP

N.V.T.

Op dit UN nummer is geen GEVI nr van toepassing.
ADR KOLOMMEN 1, 2, 7A, 7B
ADR KLASSE 1 - ONTPLOFBARE STOFFEN EN VOORWERPEN

Klasse 1 - Ontplofbare stoffen en voorwerpen

Stoffen en voorwerpen in de zin van klasse 1 zijn:

  1. Ontplofbare stoffen: vaste of vloeibare stoffen (of mengsels van stoffen) die door een chemische reactie gassen kunnen ontwikkelen met een zodanige temperatuur en druk en met zulk een snelheid dat schade kan worden aangericht aan de omgeving.
    Pyrotechnische stoffen: stoffen of mengsels van stoffen bestemd om als gevolg van niet-detonatieve, zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties een effect te veroorzaken in de vorm van warmte, licht, geluid, gas of rook of een combinatie daarvan.

    Opmerking 1: Stoffen die zelf geen ontplofbare stoffen zijn, maar een ontplofbaar gas, damp of stofmengsel kunnen vormen, zijn geen stoffen van klasse 1.

    Opmerking 2: Uitgezonderd van klasse 1 zijn ook met water of alcohol bevochtigde ontplofbare stoffen, waarvan het water of alcoholgehalte de aangegeven grenswaarden overschrijdt, alsmede ontplofbare stoffen met plastificeermiddel deze ontplofbare stoffen zijn ingedeeld in klasse 3 of 4.1, - alsmede ontplofbare stoffen die op grond van hun overheersende gevaarseigenschappen zijn ingedeeld in klasse 5.2.

  2. Ontplofbare voorwerpen: voorwerpen die één of meer ontplofbare of pyrotechnische stoffen bevatten.

    Opmerking: Voorwerpen die ontplofbare of pyrotechnische stoffen bevatten in een zodanig geringe hoeveelheid of van zodanige aard, dat er geen merkbare gevolgen buiten het voorwerp zijn, zoals scherfwerking, vuur, rook, warmte of een hard geluid, wanneer ze gedurende het vervoer door onachtzaamheid of per ongeluk tot ontsteking komen, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van klasse 1.

  3. Stoffen en voorwerpen hierboven niet vermeld en die zijn vervaardigd om een praktisch explosief of een pyrotechnisch effect te veroorzaken.

Voor de doeleinden van klasse 1 is de volgende definitie van toepassing:
Geflegmatiseerd betekent dat een stof (of “flegmatiseermiddel”) aan een ontplofbare stof is toegevoegd om de veiligheid bij de behandeling en het vervoer te verhogen. Het flegmatiseermiddel maakt de ontplofbare stof ongevoelig, of minder gevoelig, voor de volgende invloeden: warmte, schok, stoot, slag of wrijving. Typische flegmatiseermiddelen zijn onder andere: was, papier, water, polymeren (zoals chloorfluorpolymeren), alcohol en oliën (zoals vaseline en paraffine).

Voor de volledige omschrijving van klasse 1 in hoofdstuk 2.2.1 van het ADR klik HIER.

 

CLASSIFICATIECODE 1.2L

1.2
Stoffen en voorwerpen met gevaar voor scherfwerking, maar niet met gevaar voor massa-explosie.

L
Ontplofbare stof of voorwerp dat een ontplofbare stof bevat, welk(e) een bijzonder gevaar oplevert (bijv. vanwege de activering door water of vanwege de aanwezigheid van hypergolische vloeistoffen, fosfiden of een pyrofore stof), als gevolg waarvan elke soort gescheiden moet blijven.

LIMITED QUANTITIES : 0

3.4.1

In dit hoofdstuk zijn de voorwaarden opgenomen van toepassing op het vervoer van gevaarlijke goederen van bepaalde klassen in gelimiteerde hoeveelheden. De beperkingen voor de hoeveelheden van toepassing per binnenverpakking of voorwerp, zijn voor elke stof aangegeven in kolom (7a) van tabel A van hoofdstuk 3.2. Bovendien is de hoeveelheid “0” aangegeven in deze kolom voor alle posities die niet ter vervoer overeenkomstig dit hoofdstuk zijn toegelaten.
Gelimiteerde hoeveelheden gevaarlijke goederen die in dergelijke gelimiteerde hoeveelheden verpakt zijn, die voldoen aan de bepalingen van dit hoofdstuk, zijn niet onderworpen aan enige andere bepalingen van het ADR, met uitzondering van de desbetreffende bepalingen van:

  1. Deel 1, hoofdstukken 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5, 1.6, 1.8, 1.9;
  2. Deel 2;
  3. Deel 3, hoofdstukken 3.1, 3.2, 3.3 [behalve bijzondere bepalingen 61, 178, 181, 220, 274, 625, 633 en 650 e)];
  4. Deel 4, paragrafen 4.1.1.1, 4.1.1.2, 4.1.1.4 t/m 4.1.1.8;
  5. Deel 5, 5.1.2.1 a) i) en b), 5.1.2.2, 5.1.2.3, 5.2.1.10, 5.4.2;
  6. Deel 6, constructievoorschriften van 6.1.4 en paragrafen 6.2.5.1 en 6.2.6.1 t/m 6.2.6.3;
  7. Deel 7, hoofdstuk 7.1 en 7.2.1, 7.2.2, 7.5.1 (behalve 7.5.1.4), 7.5.2.4, 7.5.7, 7.5.8 en 7.5.9;
  8. 8.6.3.3 en 8.6.4.

 

3.4.2

Gevaarlijke goederen mogen uitsluitend zijn verpakt in binnenverpakkingen die in geschikte buitenverpakkingen zijn geplaatst.

Er mogen tussenverpakkingen worden gebruikt. Verder moet voor voorwerpen van subklasse 1.4, compatibiliteitsgroep S, volledig worden voldaan aan de voorschriften van sectie 4.1.5. Het gebruik van binnenverpakkingen is niet noodzakelijk voor het vervoer van voorwerpen zoals spuitbussen of “houders, klein, met gas”.

De totale bruto massa van het collo mag 30 kg niet overschrijden.

 

3.4.3

Behalve voor voorwerpen van subklasse 1.4, compatibiliteitsgroep S, zijn trays omwikkeld met krimp- of rekfolie, die voldoen aan de voorwaarden van 4.1.1.1, 4.1.1.2 en 4.1.1.4 t/m 4.1.1.8, aanvaardbaar als buitenverpakking voor voorwerpen of binnenverpakkingen die gevaarlijke goederen bevatten, vervoerd overeenkomstig dit hoofdstuk. Binnenverpakkingen die gemakkelijk kunnen breken of worden doorboord, zoals die welke zijn vervaardigd van glas, porselein, aardewerk of bepaalde kunststoffen, moeten in geschikte tussenverpakkingen worden geplaatst die voldoen aan de bepalingen van 4.1.1.1, 4.1.1.2 en 4.1.1.4 t/m 4.1.1.8 en zodanig zijn ontworpen dat zij voldoen aan de constructievoorschriften van 6.1.4. De totale bruto massa van het collo mag 20 kg niet overschrijden.

 

3.4.4

Vloeibare goederen van klasse 8, verpakkingsgroep II in binnenverpakkingen van glas, porselein of aardewerk moeten zijn omhuld in een inerte en stijve tussenverpakking.

 

3.4.5

Gereserveerd

3.4.6

Gereserveerd

3.4.7

Kenmerking van colli die gelimiteerde hoeveelheden bevatten

3.4.7.1

Colli die gevaarlijke goederen in gelimiteerde hoeveelheden bevatten, moeten – behalve bij vervoer door de lucht – zijn voorzien van het in figuur 3.4.7.1 afgebeelde kenmerk:

3.4 LQ 1

Figuur 3.4.7.1 - Kenmerk voor colli die gelimiteerde hoeveelheden bevatten

Het kenmerk moet duidelijk zichtbaar en leesbaar zijn en in staat zijn blootstelling aan weer en wind te weerstaan zonder een wezenlijke vermindering van de doeltreffendheid.

Het kenmerk heeft de vorm van een vierkant dat op een van zijn hoekpunten staat (ruitvormig). De bovenste en onderste gedeelten en de omringende lijn moeten zwart zijn. Het middelste gebied moet wit of een geschikte contrasterende achtergrond zijn. De minimale afmetingen moeten 100 mm x 100 mm bedragen en de minimale dikte van de lijn die de ruit vormt moet 2 mm zijn. Waar geen afmetingen zijn aangegeven, moeten alle kenmerken bij benadering in verhouding zijn tot de getoonde kenmerken.

 

3.4.7.2

Indien de grootte van het collo dit vereist, mogen de minimale buitenafmetingen zoals getoond in figuur 3.4.7.1 worden verkleind, met als ondergrens 50 mm x 50 mm, onder voorwaarde dat het kenmerk duidelijk zichtbaar blijft. De minimale dikte van de lijn die de ruit vormt mag worden teruggebracht tot een minimum van 1 mm.

 

3.4.8

Kenmerking van colli die gelimiteerde hoeveelheden bevatten conform deel 3, hoofdstuk 4 van de Technische Instructies van de ICAO

3.4.8.1

Colli die gevaarlijke goederen bevatten verpakt in overeenstemming met de bepalingen van deel 3, hoofdstuk 4 van de Technische Instructies van de ICAO mogen van het in figuur 3.4.8.1 afgebeelde kenmerk zijn voorzien ten bewijze dat aan deze bepalingen wordt voldaan:

3.4 LQ 2

Figuur 3.4.8.1 - Kenmerk voor colli die gelimiteerde hoeveelheden bevatten conform deel 3, hoofdstuk 4 van de Technische Instructies van de ICAO

Het kenmerk moet duidelijk zichtbaar en leesbaar zijn en in staat zijn blootstelling aan weer en wind te weerstaan zonder een wezenlijke vermindering van de doeltreffendheid

Het kenmerk heeft de vorm van een vierkant dat op een van zijn hoekpunten staat (ruitvormig). De bovenste en onderste gedeelten en de omringende lijn moeten zwart zijn. Het middelste gebied moet wit of een geschikte contrasterende achtergrond zijn. De minimale afmetingen moeten 100 mm x 100 mm bedragen en de minimale dikte van de lijn die ruit vormt moet 2 mm zijn. Het symbool “Y” moet in het midden van het kenmerk zijn aangebracht en moet duidelijk zichtbaar zijn. Waar geen afmetingen zijn aangegeven, moeten alle kenmerken bij benadering in verhouding zijn tot de getoonde kenmerken.

 

3.4.8.2

Indien de grootte van het collo dit vereist, mogen de minimale buitenafmetingen zoals getoond in figuur 3.4.8.1 worden verkleind, met als ondergrens 50 mm x 50 mm, onder voorwaarde dat het kenmerk duidelijk zichtbaar blijft. De minimale dikte van de lijn die de ruit vormt mag worden teruggebracht tot een minimum van 1 mm. Het symbool "Y" moet bij benadering in verhouding blijven tot het symbool "Y" in figuur 3.4.8.1.

 

3.4.9

Colli die gevaarlijke goederen bevatten en die zijn voorzien van het kenmerk getoond in 3.4.8 met of zonder de aanvullende etiketten en kenmerken voor vervoer door de lucht worden geacht te voldoen aan de voorwaarden van sectie 3.4.1, naar gelang van toepassing, en van de secties 3.4.2 t/m 3.4.4 en hoeven niet te zijn voorzien van het kenmerk afgebeeld in 3.4.7.

 

3.4.10

Colli die gevaarlijke goederen in gelimiteerde hoeveelheden bevatten en die zijn voorzien van het in 3.4.7 getoonde kenmerk en voldoen aan de bepalingen van de Technische Instructies van de ICAO, met inbegrip van alle noodzakelijke kenmerken en etiketten zoals aangegeven in de delen 5 en 6, worden geacht te voldoen aan de bepalingen van sectie 3.4.1, naar gelang van toepassing, en van de secties 3.4.2 t/m 3.4.4.

 

3.4.11

Gebruik van oververpakkingen
Voor een oververpakking die gevaarlijke goederen bevat verpakt in gelimiteerde hoeveelheden, geldt het volgende:

Tenzij de kenmerken representatief voor alle gevaarlijke goederen in een oververpakking zichtbaar zijn, moet de oververpakking:

  • de aanduiding “OVERVERPAKKING” bevatten. De letters van het woord “OVERVERPAKKING” moeten ten minste 12 mm hoog zijn. De aanduiding moet zijn gesteld in een officiële taal van het land van herkomst en bovendien, indien deze taal niet het Engels, Frans of Duits is, in het Engels, Frans of Duits, tenzij eventuele overeenkomsten die tussen de bij het vervoer betrokken landen gesloten zijn, anders bepalen; en
  • zijn gekenmerkt met de kenmerken vereist volgens dit hoofdstuk.

Behalve bij vervoer door de lucht zijn de overige bepalingen van 5.1.2.1 alleen van toepassing indien de oververpakking andere gevaarlijke stoffen bevat die niet verpakt zijn in gelimiteerde hoeveelheden en dan slechts in verband met deze andere gevaarlijke goederen.

 

3.4.12

Afzenders van gevaarlijke goederen verpakt in gelimiteerde hoeveelheden moeten voorafgaand aan het vervoer aan de vervoerder de totale bruto massa van dergelijke te verzenden goederen op aantoonbare wijze meedelen.

 

3.4.13

  1. Transporteenheden met een maximale massa van meer dan 12 ton die gevaarlijke goederen verpakt in gelimiteerde hoeveelheden vervoeren, moeten overeenkomstig 3.4.15 aan de voorzijde en de achterzijde van merktekens zijn voorzien, behalve indien de transporteenheid andere gevaarlijke goederen bevat waarvoor een kenmerking met oranje borden overeenkomstig 5.3.2 vereist is.

    Is dat laatste het geval, dan mag ofwel alleen de vereiste kenmerking met oranje borden ofwel zowel de kenmerking met oranje borden overeenkomstig 5.3.2 als de merktekens overeenkomstig 3.4.15 op de transporteenheid weergegeven zijn.

  2. Containers waarin gevaarlijke goederen verpakt in gelimiteerde hoeveelheden worden vervoerd op transporteenheden met een maximale massa van meer dan 12 ton, moeten overeenkomstig 3.4.15 aan alle vier de zijden van merktekens zijn voorzien, behalve indien de container andere gevaarlijke goederen bevat waarvoor het aanbrengen van grote etiketten overeenkomstig 5.3.1 vereist is. Is dat laatste het geval, dan mogen ofwel alleen de vereiste grote etiketten ofwel zowel de grote etiketten overeenkomstig 5.3.1 als de merktekens overeenkomstig 3.4.15 op de container weergegeven zijn.
    De dragende transporteenheid hoeft niet van merktekens te zijn voorzien, behalve indien de merktekens die op de containers zijn aangebracht van buiten deze dragende transporteenheid niet zichtbaar zijn.

    In het laatste geval moet dezelfde kenmerking zijn aangebracht aan de voorzijde en de achterzijde van de transporteenheid.

 

3.4.14

Van de merktekens aangegeven in 3.4.13 kan worden afgezien indien de totale bruto massa van de vervoerde colli, die gevaarlijke goederen bevatten, verpakt in gelimiteerde hoeveelheden, 8 ton per transporteenheid niet overschrijdt.

 

3.4.15

De merktekens gespecificeerd in 3.4.13 moeten overeenkomen met die welke is voorgeschreven in 3.4.7, behalve dat de afmetingen ten minste 250 mm x 250 mm moeten bedragen. Deze merktekens moeten zijn verwijderd of afgedekt indien geen gevaarlijke goederen in gelimiteerde hoeveelheden worden vervoerd.

 

EXCEPTED QUANTITIES : E0

3.5.1

Vrijgestelde hoeveelheden

3.5.1.1

Vrijgestelde hoeveelheden van gevaarlijke goederen van bepaalde klassen - met uitzondering van voorwerpen - die aan de bepalingen van dit hoofdstuk voldoen, zijn aan geen enkele andere bepaling van het ADR onderworpen, behalve aan:

  1. de voorschriften voor de opleiding in hoofdstuk 1.3;
  2. de procedures voor de classificatie en de criteria voor de verpakkingsgroepen in deel 2;
  3. de verpakkingsvoorschriften van 4.1.1.1, 4.1.1.2, 4.1.1.4 en 4.1.1.6.

Opmerking: In het geval van radioactieve stoffen zijn de voorschriften voor radioactieve stoffen in vrijgestelde colli in 1.7.1.5 van toepassing.

 

3.5.1.2

Gevaarlijke goederen die als vrijgestelde hoeveelheden mogen worden vervoerd overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk, zijn in kolom (7b) van tabel A van hoofdstuk 3.2 als volgt door een alfanumerieke code aangegeven:

Code  

Grootste netto hoeveelheid
per binnenverpakking

(in grammen voor vaste stoffen en in ml voor vloeistoffen en gassen)

Grootste netto hoeveelheid per buitenverpakking
(in grammen voor vaste stoffen en in ml voor vloeistoffen en gassen, of de som van grammen en ml in het geval van gezamenlijke verpakking)
E0 Niet toegestaan als vrijgestelde hoeveelheid
E1 30 1000
E2 30 500
E3 30 300
E4 1 500
E5 1 300

Bij gassen heeft het volume aangegeven voor binnenverpakkingen betrekking op de waterinhoud van de binnenhouder en het volume aangegeven voor buitenverpakkingen heeft betrekking op de gecombineerde waterinhoud van alle binnenverpakkingen binnen één enkele buitenverpakking.

 

3.5.1.3

Indien gevaarlijke goederen in vrijgestelde hoeveelheden, waaraan verschillende codes zijn toegekend, gezamenlijk zijn verpakt, moet de totale hoeveelheid per buitenverpakking zijn beperkt tot die welke overeenkomt de meest restrictieve code.

 

3.5.1.4

Vrijgestelde hoeveelheden van gevaarlijke goederen waaraan de codes E1, E2, E4 en E5 zijn toegekend, met een grootste netto hoeveelheid gevaarlijke goederen per binnenverpakking die voor vloeistoffen en gassen tot 1 ml en voor vaste stoffen tot 1 g beperkt is en een grootste netto hoeveelheid gevaarlijke goederen per buitenverpakking van ten hoogste 100 g voor vaste stoffen of 100 ml voor vloeistoffen en gassen, zijn alleen onderworpen aan:

  1. de voorschriften van 3.5.2, behalve dat geen tussenverpakking is vereist indien de binnenverpakkingen op zodanige wijze veilig in een buitenverpakking met opvulmateriaal zijn verpakt dat zij onder normale vervoersomstandigheden niet kunnen breken of worden doorboord noch hun inhoud kunnen verliezen, en, voor vloeistoffen, indien de buitenverpakking een voldoende hoeveelheid absorberend materiaal bevat voor het opnemen van de totale inhoud van de binnenverpakkingen; en
  2. de voorschriften van 3.5.3

 

3.5.2

Verpakkingen
Verpakkingen, gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke goederen in vrijgestelde hoeveelheden, moeten in overeenstemming zijn met het volgende:

  1. Er moet een binnenverpakking zijn en elke binnenverpakking moet zijn vervaardigd van kunststof (met een minimumwanddikte van 0,2 mm bij gebruik voor vloeistoffen) of van glas, porselein, steengoed, aardewerk of metaal (zie ook 4.1.1.2) en de sluiting van elke binnenverpakking moet op veilige wijze zijn gefixeerd met draad, band of andere werkzame middelen; houders die een hals met gegoten schroefdraad hebben, moeten zijn voorzien van een vloeistofdichte schroefdop. De sluiting moet bestand zijn tegen de inhoud;
  2. Elke binnenverpakking moet op veilige wijze zijn verpakt in een tussenverpakking met opvulmateriaal op een zodanige wijze, dat zij onder normale vervoersomstandigheden niet kunnen breken, worden doorboord of de inhoud verliezen. Bij vloeibare gevaarlijke goederen moet de tussen- of buitenverpakking genoeg absorberend materiaal bevatten om de volledige inhoud van de binnenverpakking te absorberen. Bij plaatsing in de tussenverpakking mag het absorberend materiaal het opvulmateriaal zijn. Gevaarlijke stoffen mogen niet gevaarlijk reageren met het opvulmateriaal, het absorberend materiaal en het materiaal van de verpakking of de ongeschonden staat of de functie van de materialen reduceren. Ongeacht de stand van de verpakking moet deze de inhoud volledig kunnen bevatten in geval van breuk of lekkage;
  3. De tussenverpakking moet op veilige wijze worden verpakt in een stevige, stijve buitenverpakking (hout, karton of een ander even stevig materiaal);
  4. Elk type collo moet in overeenstemming zijn met de bepalingen van 3.5.3;
  5. Elk collo moet zo groot zijn dat er voldoende ruimte is voor het aanbrengen van alle noodzakelijke kenmerken; en
  6. Oververpakkingen mogen worden gebruikt en mogen ook colli met gevaarlijke goederen bevatten of goederen die niet zijn onderworpen aan de voorschriften van het ADR.

 

3.5.3

Beproevingen voor de colli

3.5.3.1

Het volledige collo als voor het vervoer gereed gemaakt, met binnenverpakkingen die in het geval van vaste stoffen tot ten minste 95 % van hun inhoud en in het geval van vloeistoffen tot ten minste 98 % van hun inhoud zijn gevuld, moeten in staat zijn, zoals aangetoond door beproevingen die op passende wijze zijn gedocumenteerd, zonder breuk of lekkage van een binnenverpakking en zonder aanmerkelijke vermindering van de doeltreffendheid te doorstaan:

  1. Valproeven op een op een star, niet veerkrachtig vlak en horizontaal oppervlak van een hoogte van 1,8 m:
    1. Indien het monster de vorm heeft van een kist of doos, moet de valproef worden uitgevoerd in alle volgende oriëntatierichtingen:
      • plat op de bodem;
      • plat op de bovenzijde;
      • plat op de langste zijde;
      • plat op de kortste zijde;
      • op een hoek;
    2. Indien het monster de vorm heeft van een vat moet de valproef worden uitgevoerd in alle volgende oriëntatierichtingen:
      • diagonaalsgewijs op de bovenrand met het zwaartepunt loodrecht boven het trefpunt;
      • diagonaalsgewijs op de bodemrand;
      • plat op de zijde;

        Opmerking: Elke hierboven genoemde valproef mag met verschillende doch identieke colli worden uitgevoerd.

  2. Een kracht die gedurende 24 uur op het bovenoppervlak wordt aangebracht en die overeenkomt met de totale massa van identieke colli, gestapeld tot een hoogte van 3 m (het monster inbegrepen).

 

3.5.3.2

Voor beproevingsdoeleinden mogen de stoffen die in de verpakking vervoerd zullen worden door andere stoffen worden vervangen behalve indien dit de resultaten van de beproevingen ongeldig zou maken. Indien in het geval van vaste stoffen een andere stof wordt gebruikt, dan moet deze dezelfde fysische eigenschappen (massa, korrelgrootte, etc.) bezitten als de te vervoeren stof.
Indien bij de valproef voor vloeistoffen een andere stof wordt gebruikt, dan moet de relatieve dichtheid en viscositeit daarvan vergelijkbaar zijn met die van de vervoeren stof.

 

3.5.4

Kenmerking van colli

3.5.4.1

Colli die vrijgestelde hoeveelheden gevaarlijke stoffen bevatten, die overeenkomstig dit hoofdstuk gereedgemaakt zijn, moeten duurzaam en leesbaar van het kenmerk, afgebeeld in 3.5.4.2, zijn voorzien. Het eerste of het enige nummer van het gevaarsetiket, aangegeven in kolom (5) van tabel A van hoofdstuk 3.2 van elk gevaarlijk goed dat zich in het collo bevindt moet worden vermeld op het kenmerk. Indien de naam van de afzender of geadresseerde niet elders op het collo is vermeld, moet deze informatie op het kenmerk worden opgenomen.

 

3.5.4.2

Kenmerk voor vrijgestelde hoeveelheden

3.5 EQ 1

Kenmerk voor vrijgestelde hoeveelheden

* Het nummer van het eerste of het enige gevaarsetiket aangegeven in kolom (5) van tabel A van hoofdstuk 3.2 moet op deze plaats zijn aangegeven.

** De naam van de afzender of de geadresseerde moet op deze plaats zijn aangegeven indien deze niet elders op het collo is te zien.

Het kenmerk heeft de vorm van een vierkant. De arcering en het symbool moeten dezelfde kleur hebben (zwart of rood) en zijn aangebracht op een witte of geschikte contrasterende achtergrond. De minimale afmetingen zijn 100 mm x 100 mm. Waar geen afmetingen zijn aangegeven, moeten alle kenmerken bij benadering in verhouding zijn tot de getoonde kenmerken.

 

3.5.4.3

Gebruik van oververpakkingen
Voor een oververpakking die gevaarlijke goederen bevat verpakt in vrijgestelde hoeveelheden, geldt het volgende:

Tenzij de kenmerken representatief voor alle gevaarlijke goederen in een oververpakking zichtbaar zijn, moet de oververpakking:

  • de aanduiding “OVERVERPAKKING” bevatten. De letters van het woord “OVERVERPAKKING” moeten ten minste 12 mm hoog zijn. De aanduiding moet zijn gesteld in een officiële taal van het land van herkomst en bovendien, indien deze taal niet het Engels, Frans of Duits is, in het Engels, Frans of Duits, tenzij eventuele overeenkomsten die tussen de bij het vervoer betrokken landen gesloten zijn, anders bepalen; en
  • zijn gekenmerkt met de kenmerken vereist volgens dit hoofdstuk.

De overige bepalingen van 5.1.2.1 zijn alleen van toepassing indien de oververpakking andere gevaarlijke goederen bevat die niet verpakt zijn in vrijgestelde hoeveelheden en dan slechts in verband met deze andere gevaarlijke goederen.

 

3.5.5

Hoogste aantal colli in een voertuig of container
Het aantal colli in een voertuig of container mag 1000 niet overschrijden.

 

3.5.6

Documentatie
Indien een document of documenten (zoals een cognossement, een luchtvrachtbrief of een CMR/CIM-vrachtbrief) bij de gevaarlijke goederen in vrijgestelde hoeveelheden aanwezig is/zijn, moet in ten minste één van deze documenten de verklaring "GEVAARLIJKE GOEDEREN IN VRIJGESTELDE HOEVEELHEDEN" en het aantal colli zijn opgenomen.

 

BENAMING / BESCHRIJVING (KOLOM 2)

Dutch

Dutch

RAKETAANDRIJVINGEN MET HYPERGOLISCHE VLOEISTOFFEN, met of zonder uitstootlading

English

English

ROCKET MOTORS WITH HYPERGOLIC LIQUIDS with or without expelling charge

German

German

RAKETENTRIEBWERKE, MIT HYPERGOLEN, mit oder ohne Ausstossladung

French

French

PROPULSEURS CONTENANT DES LIQUIDES HYPERGOLIQUES, avec ou sans charge d'expulsion

VOORGESCHREVEN ETIKETTEN (KOLOM 5)

    HOOFDSTUK 3.3 - BIJZONDERE BEPALINGEN- KOLOM 6

    • In het ADR zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 6 van tabel 3A opgenomen.


    HOOFDSTUK 4.1.4 - VERPAKKINGSINSTRUCTIES & BIJZONDERE BEPALINGEN - KOLOM 8 & 9A
    P-101

    VERPAKKINGSINSTRUCTIE P101

    P101


    HOOFDSTUK 4.1.10 - BIJZONDERE VOORSCHRIFTEN VOOR GEZAMELIJKE VERPAKKING - KOLOM 9B
    • Bepaling MP 01

      Mag alleen gezamenlijk worden verpakt met goederen van hetzelfde type binnen dezelfde compatibiliteitsgroep


    HOOFDSTUK 4.2.5.2 & 7.3.2 - TRANSPORTTANKS EN BULKCONTAINERS - INSTRUCTIES - KOLOM 10
    • In het ADR zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 10 van tabel 3A opgenomen.


    HOOFDSTUK 4.2.5.3 - TRANSPORTTANKS & BULKCONTAINERS - BIJZONDERE BEPALINGEN - KOLOM 11
    • In het ADR zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 11 van tabel 3A opgenomen.


    HOOFDSTUK 4.3 - TANKCODE - KOLOM 12
    • In het ADR zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 12 van tabel 3A opgenomen.


    HOOFDSTUK 4.3.5 & 6.8.4 - BIJZONDERE BEPALINGEN - KOLOM 13
    • In het ADR zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 13 van tabel 3A opgenomen.


    HOOFDSTUK 9.1.1.2 - VOERTUIG TANKVERVOER - KOLOM 14
    • In het ADR zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 14 van tabel 3A opgenomen.


    HOOFDSTUK 1.1.3.6 & 8.6 - VERVOERSCATEGORIE & TUNNELBEPERKING - KOLOM 15

    VERVOERS CATEGORIE
    0

    1000 PUNTEN TABEL
    GOEDEREN VALLEN NIET ONDER DE VRIJSTELLINGS-GRENS

    1.1.3.6 - VRIJSTELLINGEN / 1000 PUNTEN TABEL

    1.1.3.6  Vrijstellingen in samenhang met de vervoerde hoeveelheden per transporteenheid

    1.1.3.6.1
    Voor de toepassing van deze subsectie zijn gevaarlijke goederen ingedeeld in vervoerscategorieën 0, 1, 2, 3 of 4, zoals aangegeven in kolom (15) van tabel A van hoofdstuk 3.2. Lege ongereinigde verpakkingen die stoffen hebben bevat, welke zijn ingedeeld in vervoerscategorie “0”, worden ook ingedeeld in vervoerscategorie “0”. Lege ongereinigde verpakkingen die stoffen hebben bevat, welke zijn ingedeeld in andere vervoerscategorie dan “0”, worden ingedeeld in vervoerscategorie “4”.

    1.1.3.6.2
    Indien de hoeveelheid gevaarlijke goederen die met een transporteenheid vervoerd wordt, de in kolom (3) van de tabel van 1.1.3.6.3 aangegeven waarden niet overschrijdt voor een bepaalde vervoerscategorie (indien de gevaarlijke goederen die in de transporteenheid worden vervoerd, tot dezelfde categorie behoren), of de waarde, berekend overeenkomstig 1.1.3.6.4 (indien de gevaarlijke goederen die in de transporteenheid worden vervoerd, tot verschillende vervoerscategorieën behoren), niet overschrijdt, mogen zij worden vervoerd in colli in één transporteenheid zonder toepassing van de volgende bepalingen:

    • Hoofdstuk 1.10, behalve voor gevaarlijke goederen met een hoog gevarenpotentieel van klasse 1 (overeenkomstig 1.10.3.1) en behalve voor vrijgestelde colli van klasse 7 van UN-nummers 2910 en 2911, indien het activiteitsniveau de A2-waarde overschrijdt;
    • Hoofdstuk 5.3;
    • Sectie 5.4.3;
    • Hoofdstuk 7.2, met uitzondering van V5 en V8 van 7.2.4;
    • CV1 van 7.5.11;
    • Deel 8, met uitzondering van:
    • 8.1.2.1 a),
    • 8.1.4.2 t/m 8.1.4.5,
    • 8.2.3,
    • 8.3.3, 8.3.4 en 8.3.5,
    • hoofdstuk 8.4,
    • S1 (3) en (6),
      • S2 (1), S4,
      • S5,
      • S14 tot en met S21 en
      • S24 van hoofdstuk 8.5
    • Deel 9
    Vervoers- categorie
    (1)
    STOFFEN OF VOORWERPEN
    (VERPAKKINGSGROEP OF CLASSIFICATIECODE / -GROEP OF UN-NUMMER) (2)
    Hoogst toelaatbare totale hoeveelheid per transporteenheid (3)b
    0

    Klasse 1:      1.1 A, 1.1 L, 1.2 L, 1.3 L en UN 0190

    Klasse 3:      UN 3343

    Klasse 4.2:   stoffen die zijn ingedeeld in verpakkingsgroep I

    Klasse 4.3:   UN 1183, 1242, 1295, 1340, 1390, 1403, 1928, 2813, 2965, 2968,2988, 3129, 3130, 3131, 3132, 3134, 3148, 3396, 3398 en 3399

    Klasse 5.1:   UN 2426

    Klasse 6.1:   UN 1051, 1600, 1613, 1614, 2312, 3250 en 3294

    Klasse 6.2:   UN 2814, 2900 en 3549

    Klasse 7:      UN 2912 t/m 2919, 2977, 2978 en 3321 t/m 3333

    Klasse 8:      UN 2215 (MALEÏNEZUURANHYDRIDE, GESMOLTEN)

    Klasse 9:      UN 2315, 3151, 3152 en 3432, alsmede voorwerpen die deze stoffen of mengsels bevatten,
    alsmede ongereinigde lege verpakkingen die stoffen van deze vervoerscategorie
    hebben bevat, met uitzondering van verpakkingen die onder UN-nummer 2908 zijn ingedeeld

    0
    1

    Stoffen en voorwerpen die zijn ingedeeld in verpakkingsgroep I en niet onder vervoerscategorie 0 vallen, alsmede stoffen en voorwerpen van de volgende klassen:

    Klasse 1:   1.1 B t/m 1.1 Ja, 1.2 B t/m 1.2 J, 1.3 C, 1.3 G, 1.3 H, 1.3 J en 1.5 Da

    Klasse 2:    Groepen T, TCa, TO, TF, TOCa en TFC
    Spuitbussen: groepen C, CO, FC, T, TF, TC, TO, TFC en TOC Chemische stoffen onder druk: UN 3502, 3503, 3504 en 3505

    Klasse 4.1:   UN 3221 t/m 3224, 3231 t/m 3240, 3533 en 3534

    Klasse 5.2:   UN 3101 t/m 3104 en 3111 t/m 3120

    20
    2

    Stoffen die zijn ingedeeld in verpakkingsgroep II en die niet onder vervoerscategorie 0, 1 of 4 vallen,
    alsmede stoffen en voorwerpen van de volgende klassen:

    Klasse 1:       1.4 B t/m 1.4 G en 1.6 N

    Klasse 2:       Groep F

    Spuitbussen: groep F

    Chemische stoffen onder druk: UN 3501

    Klasse 4.1:    UN 3225 t/m 3230, 3531 en 3532

    Klasse 4.3 :    UN 3292

    Klasse 5.1 :    UN 3356

    Klasse 5.2:    UN 3105 t/m 3110

    Klasse 6.1:    UN 1700, 2016 en 2017 en stoffen die zijn ingedeeld in verpakkingsgroep III

    Klasse 6.2:    UN 3291

    Klasse 9:     UN 3090, 3091, 3245, 3480, 3481 en 3536

    333
    3

    Stoffen die zijn ingedeeld in verpakkingsgroep III en die niet onder vervoerscategorie 0, 2 of 4 vallen,
    alsmede stoffen en voorwerpen van de volgende klassen:

    Klasse 2:       Groepen A en O

    Spuitbussen: groepen A en O

    Chemische stoffen onder druk: UN 3500

    Klasse 3:       UN 3473

    Klasse 4.3:    UN 3476

    Klasse 8:       UN 2794, 2795, 2800, 3028, 3477 en 3506

    Klasse 9:       UN 2990 en 3072

    1000
    4 Klasse 1:      1.4 S

    Klasse 2:     UN 3537 t/m 3539

    Klasse 3:     UN 3540

    Klasse 4.1:   UN 1331, 1345, 1944, 1945, 2254, 2623 en 3541

    Klasse 4.2:   UN 1361 en 1362 van verpakkingsgroep III en UN 3542

    Klasse 4.3:   UN 3543

    Klasse 5.1:   UN 3544

    Klasse 5.2:   UN 3545

    Klasse 6.1:   UN 3546

    Klasse 7:      UN 2908 t/m 2911

    Klasse 8:      UN 3547

    Klasse 9:      UN 3268, 3499, 3508, 3509 en 3548
    alsmede ongereinigde lege verpakkingen, die gevaarlijke goederen hebben bevat,
    met uitzondering van die welke onder de vervoerscategorie 0 vallen.
    onbeperkt

     

    1. Voor de UN-nummers 0081, 0082, 0084, 0241, 0331, 0332, 0482, 1005 en 1017 bedraagt de hoogst toelaatbare totale hoeveelheid per transporteenheid 50kg
    2. De hoogst toelaatbare totale hoeveelheid voor elke vervoerscategorie komt overeen met een berekende waarde van “1000” (zie ook 1.1.3.6.4)

    In de bovenstaande tabel wordt onder “hoogst toelaatbare totale hoeveelheid per transporteenheid” verstaan:

    • voor voorwerpen, de totale massa in kilogrammen van de voorwerpen zonder hun verpakkingen (voor voorwerpen van klasse 1, netto massa van de ontplofbare stof in kg; voor gevaarlijke stoffen in machines en uitrustingen, zoals omschreven in deze Bijlage, de totale hoeveelheid daarin aanwezige gevaarlijke stoffen in kilogram resp. liter);
    • voor vaste stoffen, vloeibaar gemaakte gassen, sterk gekoelde, vloeibaar gemaakte gassen en opgeloste gassen, de netto massa in kilogrammen;
    • voor vloeistoffen, de totale hoeveelheid gevaarlijke goederen in liters;
    • voor gecomprimeerde gassen, geadsorbeerde gassen en chemische stoffen onder druk, de waterinhoud van de houder in liters.

    1.1.3.6.4
    Indien gevaarlijke goederen die behoren tot verschillende vervoerscategorieën, in dezelfde transporteenheid worden vervoerd, mag de som van

    • de hoeveelheid stoffen en voorwerpen van vervoerscategorie 1, vermenigvuldigd met 50,
    • de hoeveelheid van de in voetnoot a) bij de tabel in 1.1.3.6.3 opgesomde stoffen en voorwerpen van vervoerscategorie 1, vermenigvuldigd met 20,
    • de hoeveelheid stoffen en voorwerpen van vervoerscategorie 2, vermenigvuldigd met 3, en
    • de hoeveelheid stoffen en voorwerpen van vervoerscategorie 3,

    een berekende waarde van 1000 niet overschrijden.

    1.1.3.6.5
    Voor de toepassing van deze subsectie wordt geen rekening gehouden met gevaarlijke goederen die overeenkomstig 1.1.3.1 (a), en (d) t/m (f), 1.1.3.2 t/m 1.1.3.5, 1.1.3.7, 1.1.3.9 en 1.1.3.10 vrijgesteld zijn

     

    TUNNEL CODE : B
    Code voor  beperking in tunnels voor de gehele lading Beperking
    B Doorgang verboden door tunnels van de categorie B, C, D en E.
    B1000C

    Vervoer waarbij de totale netto massa ontplofbare stof per transporteenheid

    • 1000 kg overschrijdt: doorgang verboden door tunnels van de categorie B, C, D en E;
    • 1000 kg niet overschrijdt: doorgang verboden door tunnels van de categorie C, D en E
    B/D Vervoer in tanks: doorgang verboden door tunnels van categorie B, C, D en E;

    Ander vervoer: doorgang verboden door tunnels van categorie D en E
    B/E Vervoer in tanks: doorgang verboden door tunnels van categorie B, C, D en E;

    Ander vervoer: doorgang verboden door tunnels van categorie E
    C Doorgang verbo den door tunnels van categorie C, D en E
    C5000D

    Vervoer waarbij de totale netto massa ontplofbare stof per transporteenheid

    • 5000 kg overschrijdt: doorgang verboden door tunnels van categorie C, D en E;
    • 5000 kg niet overschrijdt: doorgang verboden door tunnels van
      categorie D en E
    C/D

    Vervoer in tanks: doorgang verboden door tunnels van categorie C, D en E;

    Ander vervoer: doorgang verboden door tunnels van categorie D en E

    C/E

    Vervoer in tanks: doorgang verboden door tunnels van categorie C, D en E;

    Ander vervoer: doorgang verboden door tunnels van categorie E

    D Doorgang verboden door tunnels van categorie D en E
    D/E Los gestort vervoer of vervoer in tanks: doorgang verboden door tunnels van categorie D en E;

    Ander vervoer: doorgang verboden door tunnels van categorie E
    E Doorgang verbo den door tunnels van categorie E
    - Doorgang toegestaan door alle tunnels (Zie voor de UN-nummers 2919 en 3331 ook 8.6.3.1).
    •  
       
      • Roertunnel
      • Schipholtunnel
      • Swalmentunnel
      • Leidsche Rijntunnel
      • Willem-Alexandertunnel.
    •  

       

      • Beneluxtunnel
      • Coentunnel
      • Drechttunnel
      • Ketheltunnel
      • Kiltunnel
      • Noordtunnel
      • Sluiskiltunnel
      • Salland-Twentetunnel
      • Sytwendetunnel
      • Thomassentunnel
      • Vlaketunnel
      • Waterwolftunnel
      • Westerscheldetunnel
      • Wijkertunnel
      • Zeeburgertunnel.
      • Zelzate tunnel (Belgie)

    •  
       
      • Botlektunnel
      • Heinenoordtunnel
      • Hubertustunnel
      • IJtunnel
      • Koningstunnel
      • Maasboulevardtunnel
      • Maastunnel
      • Piet Heintunnel
      • Velsertunnel
      • Michiel de Ruijtertunnel.  
      • Kennedytunnel (Belgie)
      • Tunnel van Cointe (Belgie)
    •  
       
      • Arenatunnel
      • Stadsbaantunnel. 
      • Waaslandtunnel (Belgie)
      • Hoge Mouwtunnel (Belgie)
      • De Bond Leuven (Belgie)
      • Vierarmen (Belgie
      • Tunnel onder 't Zand (Belgie)
      • Tunnels van de kleine ring Brussel stad
      • Van Praettunnel (Belgie)
      • Navo tunnel (Belgie)

    HOOFDSTUK 7.2.4 - BIJZ. BEP. VERVOER - COLLI - KOLOM 16
    • Bijzondere bepaling V 02

      1. Colli mogen alleen worden geladen in EX/II- of EX/III-voertuigen die aan de desbetreffende voorschriften van deel 9 voldoen.

        De keuze van het voertuig hangt af van de te vervoeren hoeveelheid, die per transporteenheid overeenkomstig de voorschriften inzake belading is beperkt (zie 7.5.5.2).

        Indien een transporteenheid bestaat uit een EX/II-voertuig en een EX/III-voertuig waarin ontplofbare stoffen en voorwerpen worden vervoerd, geldt de hoeveelheidsbeperking van 7.5.5.2.1 die op een EX/II-transporteenheid van toepassing is, voor de gehele transporteenheid.

      2. Aanhangwagens, uitgezonderd opleggers, die aan de voor EX/II- of EX/III-voertuigen vereiste voorschriften voldoen, mogen worden getrokken door motorvoertuigen die niet aan die voorschriften voldoen.

        Voor vervoer in containers, zie ook 7.1.3 t/m 7.1.6.

        Indien stoffen of voorwerpen van klasse 1 in hoeveelheden die een transporteenheid bestaande uit (een) EX/III-voertuig(en) vereisen, worden vervoerd in containers van of naar havens, spoorwegstations of vliegvelden van aankomst of vertrek als onderdeel van multimodaal vervoer, mag in plaats daarvan een transporteenheid bestaande uit (een) EX/II-voertuig(en) worden gebruikt, onder voorwaarde dat de vervoerde containers voldoen aan de geldende eisen van de IMDG Code, het RID of de Technische Instructies van de ICAO.


    HOOFDSTUK 7.3.3 - BIJZ. BEP. VERVOER - LOS GESTORT - KOLOM 17
    • In het ADR zijn voor dit UN nummer geen bepalingen in kolom 17 van tabel 3A opgenomen.


    HOOFDSTUK 7.5.11 - BIJZ. BEP. VERVOER - LADEN, LOSSEN, BEHANDELING - KOLOM 18
    • Bijzondere bepaling CV 01

      1. De volgende activiteiten zijn verboden:
        1. het zonder bijzondere toestemming van de bevoegde autoriteit laden of lossen van goederen op een voor het publiek toegankelijke plaats binnen een bebouwde kom;
        2. het zonder tevoren de bevoegde autoriteit te hebben ingelicht, laden en lossen van goederen op een voor het publiek toegankelijke plaats buiten een bebouwde kom, tenzij deze werkzaamheden om ernstige redenen van veiligheid gerechtvaardigd zijn.
      2. Indien behandeling om de een of andere reden op een voor het publiek toegankelijke plaats moet worden uitgevoerd, dan moeten stoffen en voorwerpen van verschillende aard overeenkomstig de etiketten worden gescheiden.
    • Bijzondere bepaling CV 02

      1. Alvorens tot laden wordt overgegaan, moet het laadoppervlak van het voertuig of de container grondig worden gereinigd.
      2. Het is verboden vuur of een open vlam te gebruiken in voertuigen die goederen vervoeren, in de nabijheid daarvan alsmede tijdens het laden en lossen van deze goederen.
    • Bijzondere bepaling CV 03

      Zie 7.5.5.2  -->

      7.5.5.2.  Beperkingen met betrekking tot ontplofbare stoffen en voorwerpen

      7.5.5.2.1 - Te vervoeren stoffen en hoeveelheden
      De totale netto massa ontplofbare stof in kg - of, in geval van ontplofbare voorwerpen, de totale netto massa ontplofbare stof die zich in de gezamenlijke voorwerpen bevindt - die met eenzelfde transporteenheid mag worden vervoerd, is beperkt zoals aangegeven in onderstaande tabel (zie ook 7.5.2.2 met betrekking tot de samenladingsverboden):

      Maximaal toelaatbare netto massa in kg van ontplofbare stof die zich in goederen van klasse 1 bevindt, per transporteenheid

      7.5.5.2.1

      a Voor de omschrijving van EX/II- en EX/III-voertuigen, zie deel 9.

       

      7.5.5.2.2

      Indien stoffen en voorwerpen van verschillende subklassen van klasse 1, met inachtneming van de samenladingsverboden van 7.5.2.2, op één transporteenheid worden geladen, moet de lading in zijn geheel worden behandeld als een lading behorende tot de gevaarlijkste subklasse (in de volgorde 1.1, 1.5, 1.2, 1.3, 1.6, 1.4). Echter de netto massa van de explosieven van compatibiliteitsgroep S behoeft niet te worden meegerekend bij de beperking van de vervoerde hoeveelheid.

      Indien stoffen, ingedeeld als 1.5D, tezamen met stoffen of voorwerpen van subklasse 1.2 met één transporteenheid worden vervoerd, moet de gehele lading voor het vervoer worden behandeld als een lading behorende tot subklasse 1.1.

      7.5.5.2.3

      Vervoer van ontplofbare stoffen en voorwerpen op MEMU's

      Het vervoer van ontplofbare stoffen en voorwerpen op MEMU's is slechts toegestaan onder de volgende voorwaarden:

      1. De bevoegde autoriteit moet het vervoersproces op haar grondgebied goedkeuren;
      2. Het type en de hoeveelheid verpakte ontplofbare stoffen en voorwerpen die worden vervoerd moet beperkt zijn tot die welke nodig zijn voor de hoeveelheid op de MEMU te fabriceren stof, en mag in geen geval overschrijden:
        • 200 kg ontplofbare stoffen en voorwerpen van compatibiliteitsgroep D; en
        • totaal 400 eenheden slagpijpjes of samengestelde slagpijpjes of een mengsel van beide, behalve indien de bevoegde autoriteit iets anders heeft goedgekeurd;
      3. Verpakte ontplofbare stoffen en voorwerpen mogen alleen worden vervoerd in compartimenten die voldoen aan de voorschriften van 6.12.5;
      4. Er mogen geen andere gevaarlijke goederen worden vervoerd in hetzelfde compartiment als de verpakte ontplofbare stoffen en voorwerpen;
      5. Verpakte ontplofbare stoffen en voorwerpen mogen pas op de MEMU worden geladen nadat het laden van andere gevaarlijke goederen is voltooid en onmiddellijk vóór het begin van het vervoer;
      6. Indien samenlading van ontplofbare stoffen en voorwerpen met stoffen van klasse 5.1 (UN 1942 en UN 3375) is toegestaan, dan wordt de combinatie voor doeleinden van segregatie, vastzetten en maximaal toelaatbare lading behandeld als springstof vallend onder klasse 1.

       

    • Bijzondere bepaling CV 04

      Stoffen en voorwerpen van compatibiliteitsgroep L mogen alleen als wagenlading worden vervoerd.


    HOOFDSTUK 8.5 - BIJZ. BEP. VERVOER - BEDRIJF - KOLOM 19
    • Bijzondere bepaling S 01

      1. Bijzondere opleiding van bestuurders
        Indien een bestuurder volgens andere, in het land van een Overeenkomstsluitende Partij van toepassing zijnde, voorschriften onder een afwijkend regiem of met een afwijkend doel een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd, die de in 8.2.2.3.4 genoemde onderwerpen omvat, mag van de specialisatieopleidingscursus geheel of gedeeltelijk dispensatie worden verleend.
      2. Erkende beambte
        Indien de nationale voorschriften hierin voorzien, mag de bevoegde autoriteit van een land dat Overeenkomstsluitende Partij is bij het ADR, verlangen dat op kosten van de vervoerder in het voertuig een erkend beambte aanwezig is.
      3. Verbod op roken, vuur en open vlam
        Roken en het gebruik van vuur of open vlam is verboden aan boord en in de nabijheid van voertuigen die stoffen en voorwerpen van klasse 1 vervoeren, en tijdens het laden en lossen van deze stoffen en voorwerpen. Dit rookverbod geldt ook voor elektronische sigaretten en soortgelijke hulpmiddelen.
      4. Laad- en losplaatsen
        1. Het laden of lossen van stoffen en voorwerpen van klasse 1 mag zonder bijzondere toestemming van de bevoegde autoriteiten niet plaatsvinden op een voor het publiek toegankelijke plaats in een bebouwde kom;
        2. Zonder voorafgaande kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten is het laden of lossen van stoffen en voorwerpen van klasse 1 op een voor het publiek toegankelijke plaats buiten een bebouwde kom verboden, tenzij die activiteiten om ernstige redenen van veiligheid gerechtvaardigd zijn;
        3. Indien behandeling om de een of andere reden op een voor het publiek toegankelijke plaats moet worden uitgevoerd, dan moeten stoffen en voorwerpen van verschillende aard volgens de etiketten worden gescheiden.
        4. Indien voertuigen die stoffen en voorwerpen van klasse 1 vervoeren, voor laad- of losactiviteiten worden verplicht te stoppen op een voor het publiek toegankelijke plaats, moet tussen de stilstaande voertuigen een afstand van ten minste 50 m worden gehandhaafd.
          Deze afstand geldt niet voor voertuigen van een en dezelfde transporteenheid.
      5. Konvooien
        1. Indien voertuigen die stoffen en voorwerpen van klasse 1 vervoeren, in konvooi reizen, moet tussen elke transporteenheid en de volgende een afstand van ten minste 50 m worden bewaard.
        2. De bevoegde autoriteit mag regels stellen wat betreft de volgorde of samenstelling van konvooien.
      6. Toezicht op voertuigen
        De voorschriften van hoofdstuk 8.4 zijn alleen van toepassing indien stoffen en voorwerpen van klasse 1 met een totale netto massa ontplofbare stof boven de hieronder aangegeven grenswaarden in een voertuig worden vervoerd:

        • Subklasse 1.1: 0 kg
        • Subklasse 1.2: 0 kg
        • Subklasse 1.3, compatibiliteitsgroep C: 0 kg
        • Subklasse 1.3, met uitzondering van compatibiliteitsgroep C: 50 kg
        • Subklasse 1.4, met uitzondering van de hieronder genoemde: 50 kg
        • Subklasse 1.5: 0 kg
        • Subklasse 1.6: 0 kg
        • Stoffen en voorwerpen van subklasse 1.4 behorend tot de UN-nummers 0104, 0237, 0255, 0267, 0289, 0361, 0365, 0366, 0440, 0441, 0455, 0456 en 0500: 0 kg

          Voor gemengde ladingen moet de laagste grenswaarde van toepassing op één van de vervoerde stoffen of voorwerpen worden gebruikt voor de gehele lading.

          Bovendien moeten deze stoffen en voorwerpen, als zij vallen onder de voorschriften in 1.10.3, te allen tijde onder toezicht staan in overeenstemming met het beveiligingsplan als genoemd in 1.10.3.2 teneinde elke kwaadwillige handeling te verhinderen en de bestuurder en de bevoegde autoriteiten in het geval van verlies of brand te waarschuwen.
      1. Vergrendeling van voertuigen
        Deuren en stijve afdekplaten in de laadcompartimenten van EX/II-voertuigen en alle openingen in de laadcompartimenten van EX/III-voertuigen waarin stoffen en voorwerpen van klasse 1 worden vervoerd, moeten tijdens het vervoer, behalve gedurende de perioden van laden en lossen, zijn afgesloten.